Naar aanleiding van de forse stijging van de melkprijs op de Fonterraveiling van één september maakt Boerenbond in het ledenblad Boer&Tuinder een analyse van de internationale zuivelmarkten. “De onzekerheid van de voorbije maanden maakt plaats voor optimisme”, luidt de conclusie. Wat het zuivelaanbod betreft, is de Belgische melkproductie de sterkste stijger in een voorts licht krimpende Europese melkproductie.
In de eerste vier maanden van de nieuwe campagne leverden Belgische melkveehouders 1.173,95 miljoen liter melk. In vergelijking met de vorige campagne gaat het om een productiestijging met 31 miljoen liter melk, wat resulteert in een overschrijding van het melkquotum met 5,09 miljoen liter voor de eerste vier campagnemaanden.
“De dreiging van een superheffing is na lange tijd plots weer actueel”, besluit Guy Vandepoel, rundveespecialist bij Boerenbond. Vandepoel schrijft dat toe aan het uitblijven van de productiedip die in juli werd verwacht vanwege de hitte en droogte. Hij acht het daarom zinvol dat iedere melkveehouder een quotumplanning blijft opmaken. Het is immers afwachten op welk niveau de melkleveringen zich de komende maanden situeren.
Terwijl de Belgische melkproductie een flinke groei vertoont, ligt de gemiddelde Europese melkproductie tijdens de eerste helft van 2010 0,2 procent lager dan in dezelfde periode van 2009. Vandepoel verwacht dat de extreme weersomstandigheden in juli en augustus de melkproductie in grote delen van Europa zullen beïnvloeden. Uit de cijfers blijkt wel dat de melkveehouders in de EU hun achterstand ten opzichte van 2009 aan het inlopen zijn.
“Na dalende noteringen in juli en augustus was de Fonterraveiling van één september wel een reden om de melkprijs positief in te schatten”, kijkt Vandepoel richting Nieuw-Zeeland. Vooral door een flink grotere vraag naar melkpoeder steeg de notering met bijna 17 procent over de verschillende zuivelproducten.
“In de analyse van Fonterra zullen de zuivelprijzen tijdens de tweede jaarhelft verder aantrekken”, aldus Vandepoel. Fonterra verwijst naar slechte weersomstandigheden in het noordelijk halfrond, een forse stijging van de voedergraanprijzen die de voorspelde productiegroei zullen afremmen en een grotere vraag naar zuivel op de Aziatische markten.
Ook de Russische markt biedt volgens Vandepoel afzetkansen voor Europese zuivelhandelaars. De vraag naar zuivel is er fors gestegen, terwijl de zuivelproductie afgeremd wordt door extreme droogte, afgebrande weilanden en voedertekorten.
Posts tonen met het label melkvee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label melkvee. Alle posts tonen
Vlaamse melkveehouderij leert uit 12 voorbeeldbedrijven
Binnen het DAIRYMAN-project, een EU Interreg-project, wordt gewerkt aan een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij. In dit internationaal project is Vlaanderen één van de tien deelnemende regio’s. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), de Hooibeekhoeve, Boerenbond en het proefcentrum POVLT in Beitem zetten samen hun schouders onder meer duurzaamheid.
Dairyman, een afkorting voor 'dairy management', is een interregionaal project, dat loopt in een groot deel van Noordwest-Europa. De deelnemende landen zijn Duitsland, België, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In deze streken met veel melkvee is het niet makkelijk om tegemoet te komen aan de Europese wetgeving inzake milieu en duurzaamheid. De hoofddoelstelling van het project is daarom een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij stimuleren en de plattelandsgemeenschappen in deze gebieden versterken. Er wordt vooral gefocust op een efficiëntere benutting van grondstoffen.
Maar liefst 120 melkveebedrijven in Noordwest-Europa werden gemobiliseerd om deel te nemen aan Dairyman, waarvan 12 bedrijven in Vlaanderen. Het gaat om sterk verschillende bedrijven, verspreid over heel Vlaanderen. Het is immers de bedoeling dat andere melkveehouders in Vlaanderen zich aan deze 'voorbeeldbedrijven' kunnen spiegelen. Sommige bedrijven zijn groot en gespecialiseerd, terwijl andere melkveehouders naast hun melkvee ook varkens houden of aan akkerbouw doen. Elk bedrijf bleek ook met zijn eigen moeilijkheden te kampen, die anderen konden herkennen op hun eigen bedrijf.
Gebaseerd op deze knelpunten, wordt voor elk bedrijf een actieplan opgesteld onder begeleiding van adviseurs. Hierbij is het niet de bedoeling dat de melkveehouder grootse investeringen gaat doen. Met relatief eenvoudige ingrepen kunnen soms al verrassende resultaten worden geboekt. Door de koeien bijvoorbeeld enkele uren extra binnen te houden, kunnen de fosfaat en stikstof in de uitwerpselen, die anders terecht komen in de wei, beter benut worden. Ook het dieet kan iets beter gestuurd worden met positieve gevolgen voor de melkproductie.
De activiteiten binnen het project zijn divers van aard en worden zowel op regio- als bedrijfsniveau uitgevoerd. Zo wordt rekening gehouden met de kenmerken en belemmeringen van de melkveehouderij in heel Vlaanderen, maar ook met het uniek karakter van elk individueel bedrijf. Het voordeel van een internationaal project als Dairyman is dat Vlaamse landbouwers hun ervaringen en kennis kunnen delen met landbouwers uit andere regio’s uit Noordwest-Europa. Zo wordt eind september reeds een groep Ierse melkveehouders in Vlaanderen verwacht.
In het kader van het Dairyman-project worden bijeenkomsten georganiseerd om rond een specifiek thema te discussiëren en te leren. Dit zijn ideale gelegenheden om ervaring en kennis uit te wisselen met collega-melkveehouders, adviseurs en onderzoekers. De drijfveer van de Vlaamse melkveehouders om deel te nemen aan Dairyman is in hoofdzaak de kans om meer kennis en ervaring op te doen, waarbij voor velen de sociale contacten een duidelijke extra zijn.
Het is niet de bedoeling dat de opgedane kennis beperkt blijft tot de 12 voorbeeldbedrijven. Hun ervaringen worden gedeeld met andere melkveehouders in Vlaanderen. Ook de innovaties van de negen kennis-transfer-centra (KTC), verspreid over heel Noordwest-Europa, worden publiek gemaakt. In Vlaanderen is de Hooibeekhoeve in Geel het deelnemende KTC. In de loop van het project zullen de resultaten voorgesteld worden op open dagen en bijeenkomsten. Op die manier moeten de toepassingen ook voor de brede praktijk toegankelijk worden.
Dairyman, een afkorting voor 'dairy management', is een interregionaal project, dat loopt in een groot deel van Noordwest-Europa. De deelnemende landen zijn Duitsland, België, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In deze streken met veel melkvee is het niet makkelijk om tegemoet te komen aan de Europese wetgeving inzake milieu en duurzaamheid. De hoofddoelstelling van het project is daarom een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij stimuleren en de plattelandsgemeenschappen in deze gebieden versterken. Er wordt vooral gefocust op een efficiëntere benutting van grondstoffen.
Maar liefst 120 melkveebedrijven in Noordwest-Europa werden gemobiliseerd om deel te nemen aan Dairyman, waarvan 12 bedrijven in Vlaanderen. Het gaat om sterk verschillende bedrijven, verspreid over heel Vlaanderen. Het is immers de bedoeling dat andere melkveehouders in Vlaanderen zich aan deze 'voorbeeldbedrijven' kunnen spiegelen. Sommige bedrijven zijn groot en gespecialiseerd, terwijl andere melkveehouders naast hun melkvee ook varkens houden of aan akkerbouw doen. Elk bedrijf bleek ook met zijn eigen moeilijkheden te kampen, die anderen konden herkennen op hun eigen bedrijf.
Gebaseerd op deze knelpunten, wordt voor elk bedrijf een actieplan opgesteld onder begeleiding van adviseurs. Hierbij is het niet de bedoeling dat de melkveehouder grootse investeringen gaat doen. Met relatief eenvoudige ingrepen kunnen soms al verrassende resultaten worden geboekt. Door de koeien bijvoorbeeld enkele uren extra binnen te houden, kunnen de fosfaat en stikstof in de uitwerpselen, die anders terecht komen in de wei, beter benut worden. Ook het dieet kan iets beter gestuurd worden met positieve gevolgen voor de melkproductie.
De activiteiten binnen het project zijn divers van aard en worden zowel op regio- als bedrijfsniveau uitgevoerd. Zo wordt rekening gehouden met de kenmerken en belemmeringen van de melkveehouderij in heel Vlaanderen, maar ook met het uniek karakter van elk individueel bedrijf. Het voordeel van een internationaal project als Dairyman is dat Vlaamse landbouwers hun ervaringen en kennis kunnen delen met landbouwers uit andere regio’s uit Noordwest-Europa. Zo wordt eind september reeds een groep Ierse melkveehouders in Vlaanderen verwacht.
In het kader van het Dairyman-project worden bijeenkomsten georganiseerd om rond een specifiek thema te discussiëren en te leren. Dit zijn ideale gelegenheden om ervaring en kennis uit te wisselen met collega-melkveehouders, adviseurs en onderzoekers. De drijfveer van de Vlaamse melkveehouders om deel te nemen aan Dairyman is in hoofdzaak de kans om meer kennis en ervaring op te doen, waarbij voor velen de sociale contacten een duidelijke extra zijn.
Het is niet de bedoeling dat de opgedane kennis beperkt blijft tot de 12 voorbeeldbedrijven. Hun ervaringen worden gedeeld met andere melkveehouders in Vlaanderen. Ook de innovaties van de negen kennis-transfer-centra (KTC), verspreid over heel Noordwest-Europa, worden publiek gemaakt. In Vlaanderen is de Hooibeekhoeve in Geel het deelnemende KTC. In de loop van het project zullen de resultaten voorgesteld worden op open dagen en bijeenkomsten. Op die manier moeten de toepassingen ook voor de brede praktijk toegankelijk worden.
Milcobel houdt melkprijs over de maand juli gelijk
De Belgische zuivelcoöperatie Milcobel heeft haar voorschotprijs over juli gelijk gehouden op € 28,50 per 100 kilo.
De voorschotmelkprijs is gebaseerd op de Belgische wettelijke gehaltes van 3,8 procent vet en 3,35 procent eiwit exclusief btw. De werkelijk betaalde prijs gaat met 72 cent naar beneden van € 32 naar € 31,28 per 100 kilo exclusief btw. Milcobel hield haar vetprijs gelijk op € 2,8439. Ook de eiwitprijs bleef staan op € 5,2815 per kilo.
De gemiddelde basismelkprijs van Milcobel over 2010 komt uit op € 26,64 per 100 kilo exclusief btw. De gemiddelde basismelkprijs over dezelfde periode in 2009 lag op € 19,61 per 100 kilo. Een verschil van meer dan 7 euro per 100 kilo melk. In 2008 lag de gemiddelde basismelkprijs over dezelfde periode op € 31,43 per 100 kilo exclusief btw.
Bron: Agrarisch Dagblad
De voorschotmelkprijs is gebaseerd op de Belgische wettelijke gehaltes van 3,8 procent vet en 3,35 procent eiwit exclusief btw. De werkelijk betaalde prijs gaat met 72 cent naar beneden van € 32 naar € 31,28 per 100 kilo exclusief btw. Milcobel hield haar vetprijs gelijk op € 2,8439. Ook de eiwitprijs bleef staan op € 5,2815 per kilo.
De gemiddelde basismelkprijs van Milcobel over 2010 komt uit op € 26,64 per 100 kilo exclusief btw. De gemiddelde basismelkprijs over dezelfde periode in 2009 lag op € 19,61 per 100 kilo. Een verschil van meer dan 7 euro per 100 kilo melk. In 2008 lag de gemiddelde basismelkprijs over dezelfde periode op € 31,43 per 100 kilo exclusief btw.
Bron: Agrarisch Dagblad
Conditiescore
Voor de gezondheid van de koeien, maar ook voor de melkproductie en de vruchtbaarheid is het belangrijk dat koeien tijdens de lactatie in de juiste conditie blijven. Een te lage conditiescore kan een primaire (voeding en melkgift) of een secundaire (gevolg van een ziekte) oorzaak hebben.
Een conditie die niet past bij het lactatiestadium heeft gevolgen, zowel voor te vette als te magere koeien. Een te lage conditiescore heeft gevolgen voor de weerstand, melkgift en vruchtbaarheid. Een score van 1,5 of lager wordt, ongeacht productieniveau of oorzaak, als te laag beschouwd.
Oplossingsrichtingen
Oorzaken
Als u meerdere dieren met een conditiescore van 1,5 of lager heeft, dan is het belangrijk om verder te kijken door een conditiescore van het gehele koppel uit te voeren. Neem hierin ook de droge koeien mee.
Bepaal of het een structureel probleem is (veel dieren of een bepaalde groep dieren hebben een conditiescore die niet past bij het lactatiestadium) of een incidenteel probleem (het betreft een beperkt aantal dieren).
In het geval van een structureel probleem is het belangrijk dat u zich richt op het management van het gehele koppel of groepen dieren. In het geval van een incidenteel probleem, richt u zich dan op die dieren.
Vervolgens is het belangrijk om vast te stellen of de lage score een primaire oorzaak heeft (voeding en melkgift) of een secundaire (gevolg van een ziekte).
Hoe scoren?
Stel het aantal koeien vast met een conditiescore van 1,5 of lager. Om de conditie goed te kunnen scoren is het van belang dat de koeien vaststaan, bijvoorbeeld in het voerhek. Zorg ervoor dat de koeien vlak en vierkant staan. Ga tijdens het scoren achter het dier staan. Maak bij het scoren gebruik van de conditiescorekaart door op onderstaande link te klikken.
Een conditie die niet past bij het lactatiestadium heeft gevolgen, zowel voor te vette als te magere koeien. Een te lage conditiescore heeft gevolgen voor de weerstand, melkgift en vruchtbaarheid. Een score van 1,5 of lager wordt, ongeacht productieniveau of oorzaak, als te laag beschouwd.
Oplossingsrichtingen
Oorzaken
Als u meerdere dieren met een conditiescore van 1,5 of lager heeft, dan is het belangrijk om verder te kijken door een conditiescore van het gehele koppel uit te voeren. Neem hierin ook de droge koeien mee.
Bepaal of het een structureel probleem is (veel dieren of een bepaalde groep dieren hebben een conditiescore die niet past bij het lactatiestadium) of een incidenteel probleem (het betreft een beperkt aantal dieren).
In het geval van een structureel probleem is het belangrijk dat u zich richt op het management van het gehele koppel of groepen dieren. In het geval van een incidenteel probleem, richt u zich dan op die dieren.
Vervolgens is het belangrijk om vast te stellen of de lage score een primaire oorzaak heeft (voeding en melkgift) of een secundaire (gevolg van een ziekte).
Hoe scoren?
Stel het aantal koeien vast met een conditiescore van 1,5 of lager. Om de conditie goed te kunnen scoren is het van belang dat de koeien vaststaan, bijvoorbeeld in het voerhek. Zorg ervoor dat de koeien vlak en vierkant staan. Ga tijdens het scoren achter het dier staan. Maak bij het scoren gebruik van de conditiescorekaart door op onderstaande link te klikken.
Klinische mastitis
Mastitis veroorzaakt vaak veel pijn, waardoor het welzijn van de koe wordt aangetast. De melk is waterig en/ of bevat vlokjes. In ernstige gevallen heeft de koe (hoge) koorts, is het kwartier hard, warm en gezwollen. Klinische mastitis kan in sommige gevallen dodelijk zijn of leiden tot vervroegde afvoer.
Mastitis leidt tot productiederving, behandelingskosten en het niet leveren van melk. Daarnaast kan het leiden tot voortijdige afvoer en celgetalverhoging. Een geval van klinische mastitis kost al gauw € 200,-.
Oplossingsrichtingen
Oorzaken
Klinische mastitis wordt meestal veroorzaakt door een bacteriële besmetting. De bacteriën kunnen worden verdeeld in omgevings- en diergebonden kiemen. De koe kan een besmetting oplopen als gevolg van onhygiënische huisvesting, slechte hygiëne in de melkstal en een lage weerstand.
Oplossen
Behandel de koe bij de eerste verschijnselen van mastitis.
Neem altijd een melkmonster voor bacteriologisch onderzoek en pas hier uw behandeling op aan.
Preventie
Zorg voor goede stalhygiëne (schoon en droog strooisel).
Zet direct na het melken de koeien vast aan het voerhek.
Reinig de melkmachine goed en pas een goede melkmethode toe.
Zorg voor goede voorbehandeling.
Laat de melkmachine regelmatig controleren en vernieuw de tepelvoering regelmatig.
Gebruik een geregistreerde dip of spray na het melken.
Melk besmette dieren of dieren met een verhoogd celgetal als laatste.
Voer dieren met een chronisch verhoogd celgetal af.
Hoe scoren?
Noteer het aantal runderen met zichtbare mastitis in één of meerdere kwartieren, variërend van een 'vlokje in de melk' tot 'een doodzieke koe' (als gevolg van mastitis).
Het gaat hierbij alleen om koeien die op dit moment mastitis hebben (al dan niet behandeld).
Mastitis leidt tot productiederving, behandelingskosten en het niet leveren van melk. Daarnaast kan het leiden tot voortijdige afvoer en celgetalverhoging. Een geval van klinische mastitis kost al gauw € 200,-.
Oplossingsrichtingen
Oorzaken
Klinische mastitis wordt meestal veroorzaakt door een bacteriële besmetting. De bacteriën kunnen worden verdeeld in omgevings- en diergebonden kiemen. De koe kan een besmetting oplopen als gevolg van onhygiënische huisvesting, slechte hygiëne in de melkstal en een lage weerstand.
Oplossen
Behandel de koe bij de eerste verschijnselen van mastitis.
Neem altijd een melkmonster voor bacteriologisch onderzoek en pas hier uw behandeling op aan.
Preventie
Zorg voor goede stalhygiëne (schoon en droog strooisel).
Zet direct na het melken de koeien vast aan het voerhek.
Reinig de melkmachine goed en pas een goede melkmethode toe.
Zorg voor goede voorbehandeling.
Laat de melkmachine regelmatig controleren en vernieuw de tepelvoering regelmatig.
Gebruik een geregistreerde dip of spray na het melken.
Melk besmette dieren of dieren met een verhoogd celgetal als laatste.
Voer dieren met een chronisch verhoogd celgetal af.
Hoe scoren?
Noteer het aantal runderen met zichtbare mastitis in één of meerdere kwartieren, variërend van een 'vlokje in de melk' tot 'een doodzieke koe' (als gevolg van mastitis).
Het gaat hierbij alleen om koeien die op dit moment mastitis hebben (al dan niet behandeld).
Klinische mastitis kost melkveehouder veel geld
Mastitis kost melkveehouders veel geld. Zo levert klinische mastitis een melkveehouder een schade op van 275 euro per koe.
Een celgetal van 400.000 cellen per milliliter melk kost 2 tot 5 liter melk per koe per dag. Dat blijkt uit berekeningen van de Gezondheidsdienst voor Dieren. De schade van mastitis bestaat uit de behandelingskosten en medicijnen, de verstoring van het werkritme bij het melken, een verhoogde afvoer van koeien, een melkgeldkorting en de lagere melkproductie en het weggooien van melk.
Amerikaanse onderzoekers berekenden dat een vaars 164 kilo melk minder produceert in eerste twee maanden na de diagnose van klinische mastitis. Oudere koeien produceren in die periode 253 kilo melk minder door de ziekte. De invloed van klinische mastitis werkt ook door in de volgende lactatie.
Vaarzen blijken gevoeliger te zijn dan oudere koeien als zij meerdere keren mastitis krijgen. Een vaars die voor de tweede keer mastitis krijgt, produceert de eerste twee maanden daarna 198 kilo minder melk. Bij oudere koeien neemt de melkproductie dan minder snel af (met 238 kilo). In meer dan de helft van de gevallen blijken bij opeenvolgende mastitisproblemen verschillende veroorzakende kiemen in het spel te zijn.
Bacteriologisch Onderzoek van de melk door de GD wijst uit welke ziektekiemen de mastitis veroorzaken. Deze ziektekiemen zijn bedrijfsgebonden. Daarnaast kan GD onderzoeken op welke antibiotica de gevonden mastitisverwekkers wel of niet reageren. Zo’n gevoeligheidsbepaling is belangrijk in verband met de behandelingskeuze en het optreden van resistentie.
Bron: agrarisch dagblad
Een celgetal van 400.000 cellen per milliliter melk kost 2 tot 5 liter melk per koe per dag. Dat blijkt uit berekeningen van de Gezondheidsdienst voor Dieren. De schade van mastitis bestaat uit de behandelingskosten en medicijnen, de verstoring van het werkritme bij het melken, een verhoogde afvoer van koeien, een melkgeldkorting en de lagere melkproductie en het weggooien van melk.
Amerikaanse onderzoekers berekenden dat een vaars 164 kilo melk minder produceert in eerste twee maanden na de diagnose van klinische mastitis. Oudere koeien produceren in die periode 253 kilo melk minder door de ziekte. De invloed van klinische mastitis werkt ook door in de volgende lactatie.
Vaarzen blijken gevoeliger te zijn dan oudere koeien als zij meerdere keren mastitis krijgen. Een vaars die voor de tweede keer mastitis krijgt, produceert de eerste twee maanden daarna 198 kilo minder melk. Bij oudere koeien neemt de melkproductie dan minder snel af (met 238 kilo). In meer dan de helft van de gevallen blijken bij opeenvolgende mastitisproblemen verschillende veroorzakende kiemen in het spel te zijn.
Bacteriologisch Onderzoek van de melk door de GD wijst uit welke ziektekiemen de mastitis veroorzaken. Deze ziektekiemen zijn bedrijfsgebonden. Daarnaast kan GD onderzoeken op welke antibiotica de gevonden mastitisverwekkers wel of niet reageren. Zo’n gevoeligheidsbepaling is belangrijk in verband met de behandelingskeuze en het optreden van resistentie.
Bron: agrarisch dagblad
Akkoord over Franse melkprijs
De Franse melkprijs ligt dit jaar zo'n 10 procent hoger dan in 2010.
Die melkprijs wordt echter wel meer gekoppeld aan die in andere landen, met name Duitsland. In de praktijk mag de Franse melkprijs straks niet meer dan 9 euro per 1.000 liter hoger liggen dan de Duitse.
Dat zijn de uitkomsten van het overleg tussen de melkveehouders en de organisatie van zuivelfabrikanten. Op basis van de afspraken komt de melkprijs in Frankrijk in het lopende kwartaal uit op 330 euro per 1.000 liter en over heel 2010 op een gemiddelde van 301 euro per 1.000 liter. ’’De hele basis van het akkoord komt overeen met onze eisen,’’ concludeert voorzitter Henri Brichart van de melkveehoudersbond FNPL. Zijn tegenhanger Olivier Picot van de koepelorganisatie voor de zuivelindustrie Atla is vooral tevreden ‘dat er nu een indexatie komt die meer rekening houdt met de concurrentie uit andere landen’.
Bron: Agrarisch Dagblad
Die melkprijs wordt echter wel meer gekoppeld aan die in andere landen, met name Duitsland. In de praktijk mag de Franse melkprijs straks niet meer dan 9 euro per 1.000 liter hoger liggen dan de Duitse.
Dat zijn de uitkomsten van het overleg tussen de melkveehouders en de organisatie van zuivelfabrikanten. Op basis van de afspraken komt de melkprijs in Frankrijk in het lopende kwartaal uit op 330 euro per 1.000 liter en over heel 2010 op een gemiddelde van 301 euro per 1.000 liter. ’’De hele basis van het akkoord komt overeen met onze eisen,’’ concludeert voorzitter Henri Brichart van de melkveehoudersbond FNPL. Zijn tegenhanger Olivier Picot van de koepelorganisatie voor de zuivelindustrie Atla is vooral tevreden ‘dat er nu een indexatie komt die meer rekening houdt met de concurrentie uit andere landen’.
Bron: Agrarisch Dagblad
DOC verhoogt melkprijs voor maand augustus
Kaascoöperatie DOC heeft haar voorschotmelkprijs voor augustus volgens berekening van het Agrarisch Dagblad verhoogd naar € 32,90 per 100 kilo exclusief btw.
Dat is ten opzichte van juli een toename van € 1,77."De afzet loopt goed en de prijzen blijven aardig op niveau. De resultaten ontwikkelen zich positief", zegt Jannes Oosterveld over de prijzen. In juli steeg de prijs naar € 31,13. Dat was onder meer te wijten aan de prijzen van weipoeder- en magere melkpoederprijzen. De vet- en eiwitprijs voor augustus staan op respectievelijk € 2,93 en € 6,59 exclusief btw.
De gemiddelde melkprijs van de onderneming komt dankzij de laatste prijs uit op € 29,38. Dat is een verschil van € 8,08 ten opzichte van een jaar eerder. Toen lag de gemiddelde prijs op € 21,30.
DOC meldt in zijn laatste nieuwsbrief dat het veelvuldig benaderd wordt door veehouders die informeren naar een lidmaatschap bij DOC. "Onder die mensen bevinden zich ook personen die een aantal jaar geleden weggingen bij DOC."
Die laatste vraag bracht DOC ertoe om te heroverwegen of ze deze leden nog wel terug willen. "Uiteindelijk hebben we besloten dat de leden welkom zijn, maar aan aanvullende voorwaarden moeten voldoen. Wij willen de toekomst in met trouwe leden." FrieslandCampina maakte al eerder een voorschotprijs van € 36,78 bekend.
Abonneren op:
Posts (Atom)
